De lotgevallen van Willem V

Stadhouder en heer van Hooge en Lage Zwaluwe

Eind 1794, begin 1795 bezetten Franse troepen onder bevel van generaal Jean-Charles Pichegru de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Toen de Fransen oprukten vluchtte Willem V, erfstadhouder van de Republiek (1751-1795) en heer van Hooge en Lage Zwaluwe, samen met zijn gezin op 18 januari 1795 naar Engeland. Zij gingen in ballingschap in Londen. De dag daarop riepen de Patriotten de Bataafse Republiek uit. De eerste weken van zijn ballingschap nam Willem c.s. zijn intrek in Kew Palace aan de Theems bij Londen. Dit rode bakstenen paleisje in Nederlandse stijl wordt ook wel Dutch House genoemd.

Hier had Anna van Hannover, de moeder van Willem V, vóór haar huwelijk met stadhouder Willem IV gewoond. Zij kreeg klavecimbelles van Georg Friedrich Händel en zou in 1734 de beroemde Italiaanse castraat Farinelli hebben begeleid toen deze twee liederen van Händel uitvoerde op een concertavond voor het Engelse hof. Twintig jaar later, op 19 februari 1754, kocht Anna van Hannover ten behoeve van haar zoon de heerlijkheid Hooge en Lage Zwaluwe van Frederik II (de Grote) die vanaf 1740 heer was van de Zwaluwen. Op 26 februari 1754 vond de officiële overdracht plaats in het raadhuis te Hooge Zwaluwe. In Londen nam Willem V, samen met zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen, intensief deel aan het culturele leven. Wilhelmina was een nicht van de Pruisische koning Frederik II. Willem en Wilhelmina bezochten met name concerten en theateruitvoeringen. Zo woonde Willem V in april 1795 een optreden van de Oostenrijkse componist Franz Joseph Haydn bij.

De componist verbleef in de periode 1791-1792 en 1795-1795 in Londen. Hier schreef hij zijn twaalf Londense symfonieën nummer 93 tot en met 104. Willem V verhuisde later naar Hampton Court Palace. Samen met zijn zoon, erfprins Willem de latere koning Willem I der Nederlanden, vaardigde hij in augustus 1799 een proclamatie uit waarin de Nederlanders werden opgeroepen hun steun te verlenen aan de Engels-Russische expeditie naar Noord-Holland, ook Den Helderexpeditie genoemd. Met de hulp van Engelse en Russische troepen wilde men vanuit Noord-Holland het stadhouderlijk gezag herstellen. De militaire inval mislukte. Op 10 oktober 1799 kwam een bestand, de Conventie van Alkmaar, tussen de Engelse en Russische troepen aan de ene kant en het Frans-Bataafse leger aan de andere kant tot stand. De geallieerde Engelsen en Russen mochten zich terugtrekken uit Noord-Holland. Op 19 november 1799 verlieten de laatste troepen Noord-Holland. In 1801 deed Willem afstand van zijn rechten als erfstadhouder. Vanaf 1802 woonden hij en zijn vrouw in Duitsland.

Bron: Ada Peele

1806

Brunswijk

In april 1806 overleed Willem in Brunswijk. Zijn weduwe keerde op 10 januari 1814 terug naar Nederland en overleed in 1820 op Paleis Het Loo te Apeldoorn.